home print

Minister Muyters over grensoverschrijdend gedrag in de sport

Vraag om uitleg van mevrouw Katrien Schryvers tot de heer Philippe Muyters, Vlaams minister van Financiën, Begroting, Werk, Ruimtelijke Ordening en Sport, over de aanpak van grensoverschrijdend gedrag in de sportsector
 

Mevrouw Katrien Schryvers: Voorzitter, minister, collega’s, op 31 maart 2011 legde een
bijzondere Kamercommissie betreffende de behandeling van seksueel misbruik en feiten van
pedofilie binnen een gezagsrelatie, inzonderheid binnen de Kerk, een verslag neer. Dit
verslag bevat niet minder dan zeventig aanbevelingen. Wij hebben het daarover in de
commissie al gehad. Een aantal aanbevelingen hebben betrekking op de sportsector. De in het
verslag van de Kamercommissie opgenomen aanbevelingen die betrekking hebben op
Vlaamse bevoegdheidsmateries zijn voorwerp van een voorstel van resolutie dat ik samen
met een aantal collega’s op 17 mei 2011 heb ingediend. De commissie Welzijn keurde de
tekst vorige week goed.

Naar aanleiding van het verslag van de Kamercommissie nam de Vlaamse Sportraad het
initiatief om samen met externe deskundigen de situatie in Vlaanderen door te lichten en na te
gaan wie welke maatregelen moet nemen om de problematiek concreet aan te pakken en om
in Vlaanderen een sociaal veilig sportklimaat te creëren. Het is immers essentieel dat in de
sportwereld een preventieklimaat ontstaat en dat alle sportactoren zich bewust zijn van hun
opdracht om voor een sociaal veilige sportomgeving te zorgen. Responsabilisering van de
sportsector is dus een absolute noodzaak. Ik sta dan ook positief tegenover het feit dat de
Vlaamse Sportraad zijn verantwoordelijkheid nam en hierover een colloquium organiseerde.

Op basis hiervan bracht de Vlaamse Sportraad op 12 juni 2011 een uitvoerig advies uit.
Hierin zijn diverse elementen opgenomen. De volgende vind ik toch erg belangrijk: activeer
de aanstelling van een vertrouwenspersoon in de sportclub; voer uniforme gegevensregistratie
in; maak mensen en middelen beschikbaar voor wetenschappelijk onderzoek; steun de
installatie van een kenniscentrum en een resource-orgaan; laat een leidraad met good
practices uitwerken; organiseer bewustmaking en voorlichting; maak het decreet over ethisch
verantwoord sporten op alle sportfederaties, -verenigingen, -clubs en alle sporters toepasbaar;
geef jongeren meer inspraak in sportclubs en -federaties; introduceer nultolerantie voor elke
vorm van grensoverschrijdend gedrag.

Ik heb hierover enkele vragen. Hebt u kennisgenomen van het advies van de Vlaamse
Sportraad? Wat is uw mening over het advies? Welke maatregelen zult u nemen om dit
advies uit te voeren? Wie wordt daarbij betrokken?

 
Minister Philippe Muyters: Voorzitter, collega’s, ook ik wil zeggen dat ik het initiatief van
de Vlaamse Sportraad erg waardeer. Het advies neem ik uiteraard mee naar elk overleg ter
zake. Het zal dus zeker mee de Vlaamse beleidslijn en de uit te werken maatregelen voor de
sportsector helpen bepalen. Ondertussen zijn op verschillende niveaus tal van bijkomende
initiatieven opgestart en processen lopende om het probleem aan te pakken. Ik denk dat het
nuttig is om daarvan een overzicht te geven.

Vooreerst zijn er het eindrapport van de Kamercommissie en de hoorzitting met de
sportsector. Dat laatste ligt aan de grondslag van het hele proces en uiteraard van het initiatief
van de Vlaamse Sportraad. Er zijn ook een aantal adviezen van het
Kinderrechtencommissariaat, aangevuld met de bevindingen uit het recente onderzoek
‘Geweld, gemeld en geteld’, dat in het Vlaams Parlement op vrijdag 23 september 2011 werd
voorgesteld. Er is overlegd tussen het BOIC, de gemeenschappen en de ministers van sport,
wat zal uitmonden in een symposium dat op 30 november 2011 plaatsvindt. Last but not least
zijn er de beleidsdomeinoverschrijdende inspanningen die ik met mijn collega’s-ministers
verantwoordelijk voor welzijn, jeugd en onderwijs heb opgestart. Het eerste resultaat daarvan
vertaalde zich in een mededeling op de bijeenkomst van de Vlaamse Regering op 23
september jongstleden. Ook de Vlaamse Sportraad pleitte in zijn advies namelijk heel sterk
voor een gecoördineerde en beleidsdomeinoverschrijdende aanpak.

Een beleidsmatige aanpak van kindermisbruik eist zowel een sectorspecifieke als een
beleidsdomeinoverschrijdende aanpak. Ik werk dus samen met de ministers van Welzijn,
Onderwijs en Jeugd aan een integrale visie en aanpak van seksueel misbruik. Onder de
verantwoordelijkheid van minister Vandeurzen hebben wij werk gemaakt van één centraal
meldpunt voor kindergeweld, -misbruik en -mishandeling. Dit meldpunt staat open voor alle
burgers. Dit meldpunt zal worden ondergebracht in de reeds bestaande dienstverleningen van
de centra voor algemeen welzijnswerk en de vertrouwenscentra kindermishandeling, waarvan
de werking specifiek voor deze doelstellingen zal worden aangepast.

Ondertussen is er ook samenwerking met justitie. Een belangrijk referentiekader is het in
samenwerking tussen Welzijn en Justitie afgesloten protocol over kindermishandeling van
maart 2010. Dat protocol bevat een stappenplan dat geldt als gedragslijn voor kwalitatieve
zorg in de aanpak van kindermishandeling. Wij zullen nagaan op welke wijze ook onderwijs,
jeugd en sport baat hebben bij de hier gemaakte afspraken.

Sectorspecifiek zal een beleid zich echter pas realiseren als elke betrokken actor binnen de
samenleving zijn verantwoordelijkheid opneemt, ook binnen de sector dus. Daarom zullen de
ministers van Welzijn, Onderwijs en Jeugd en ik elk in onze eigen sector en met onze
specifieke partners een engagementsverklaring afsluiten. Samen met de partners op het
terrein willen we bekijken hoe we risico’s kunnen vermijden.

Daarom hebben we onze partners op het terrein opgeroepen drie dingen te doen: een
onderbouwde visie ontwikkelen op relaties en seksualiteit binnen hun eigen context, in dit
geval sport, werk maken van een instrumentarium of een toolbox om deze visie te vertalen
naar concrete werkafspraken en planningen en tot slot kennis vergaren voor meer
achtergrondinformatie waarop ons beleid gebaseerd kan zijn. De Vlaamse Sportfederatie
(VSF) is hiermee aan de slag gegaan. Wij hebben hen daartoe opgeroepen. Dat betekent dat
we met de verschillende stakeholders uit de sportsector een gecoördineerde en
gemeenschappelijke aanpak uitwerken, wat voor mij moet resulteren in een door de
sportsector gedragen engagementsverklaring en een actieplan met concrete maatregelen. Ik
wil dat niet opleggen. We moeten op gedragen en betrokken wijze tot iets komen.

Tot op heden komt de problematiek van het kindermisbruik in de sport onder de aandacht van
de stakeholders via de verplichtingen opgelegd aan de erkende sportfederaties en hun clubs
op basis van de uitvoeringsbesluiten van het decreet over het ethisch verantwoord sporten.
Dat is relatief recent ingevoerde regelgeving. We moeten dat zeker nog verder uitdiepen.
Daarbij is het doorsijpelen naar de sector ook belangrijk, zeker als het over dit thema gaat.
De aansturing van de thema’s van het ethisch verantwoord sporten gebeurt door een heel
brede werkgroep. Volgende actoren zijn erbij betrokken: uiteraard ons departement en
specifiek het team Medisch en Ethisch Verantwoord Sporten, maar ook Bloso, de VSF, het
Internationaal Centrum voor Ethiek in de Sport (ICES) en mijn kabinet. Op dit vlak hebben
het beleid en de sportsector in de eerste plaats nood aan bijkomende expertise en kennis.
Vooral daarin volgen we het advies van de Sportraad volledig. We hebben nood aan die
expertise en kennis om gefundeerd gepaste initiatieven voor de sportsector te ontwikkelen.
Daarom moet er bijkomende expertise worden aangetrokken, om onder meer op korte termijn
de eerste voorstellen van actie te onderbouwen en wetenschappelijk onderzoek naar misbruik
en geweld binnen de sportsector te inventariseren en eventueel bijkomend onderzoek voor de
sportsector uit te voeren. Momenteel lopen er al twee kleinschalige projecten in het kader van
het huidige steunpunt. Ik verwacht eerstdaags een nota van het departement over een dergelijk
kenniscentrum voor ethiek in de sport en meer specifiek voor kindermisbruik. Ik heb het
departement dus gevraagd een voorstel te formuleren. Dan kunnen we ook die stap zetten.
 
Uit Commissievergadering nr. C45 – CUL7 (2011-2012) van 27 oktober 2011 van het Vlaams Parlement. Geraadpleegd op http://docs.vlaamsparlement.be/docs/handelingen_commissies/2011-2012/c0m045cul7-27102011.pdf

Kalender

Alle kalenderpunten