Sport met grenzen

tools_smg_head_big

Wat en Waarom?!

Trainers, begeleiders, clubbestuurders en andere jeugdsportmedewerkers zijn voortdurend in de weer met trainingen, wedstrijden en de talloze organisatorische en praktische taken. Ze doen dat vaak zo intensief en gedreven dat er weinig tijd of aandacht overblijft voor een aspect dat nochtans erg belangrijk is in jeugdwerk: de lichamelijke en seksuele integriteit van sportende kinderen en jongeren.

Uit recent (2014) grootschalig onderzoek blijkt dat...
17%
van de bevraagde volwassenen in hun kindertijd en jeugd minstens één ervaring had met seksueel grensoverschrijdend gedrag in een sportomgeving.

De kans dat ook jouw sportorganisatie vroeg of laat wordt geconfronteerd met signalen of vermoedens van ongepast lichamelijk of seksueel gedrag is dus reëel. Wie er pas bij stilstaat als er een concreet probleem is, zal misschien niet op de juiste manier reageren. Daarenboven is voorkomen beter dan genezen. Alle SPORT MET GRENZEN instrumenten helpen je daarbij op weg!

Frequently Asked Questions

Wat is seksueel grensoverschrijdend gedrag?

Seksueel grensoverschrijdend gedrag: elke vorm van seksueel gedrag of seksuele toenadering, in verbale, non-verbale of fysieke zin, waarbij niet wordt voldaan aan één of meerdere van de zes criteria (wederzijdse toestemming, vrijwilligheid, gelijkwaardigheid, passend bij de context, passend bij de leeftijd of ontwikkeling en zelfrespect).

Wat is seksueel misbruik?

Seksueel misbruik is elke vorm van seksueel grensoverschrijdend gedrag, in verbale, non-verbale of fysieke zin, opzettelijk of onopzettelijk, waar geen wederzijdse toestemming voor bestaat, en/of die op een of andere manier is afgedwongen, en/of waar het slachtoffer veel jonger is of in een afhankelijke relatie staat.

Hoe vaak komt seksueel grensoverschrijdend gedrag voor in de sport?

In 2014 werd er in het kader van de overheidsopdracht ‘Ethisch Verantwoord Sporten’ door de Universiteit Antwerpen een grootschalig onderzoek uitgevoerd bij 2044 Vlaamse volwassenen tussen 18 en 50 jaar. Uit de resultaten bleek dat 17% van hen minstens één ervaring rapporteerde van seksueel grensoverschrijdend gedrag in een sportomgeving voor de leeftijd van 18 jaar. De meest gerapporteerde ervaringen zijn dat men nagefloten of nageroepen werd, er over de sporter seksistische grappen of seksueel getinte opmerkingen gemaakt werden, en dat de sporter ongewenst aangeraakt of betast werd. Wanneer we kijken naar de ernst van de meegemaakte ervaringen zien we dat 2% van de respondenten enkel mild, 8% matig en 7% slachtoffer werd van ernstig seksueel grensoverschrijdend gedrag. Het risico dat ook jouw sportorganisatie vroeg of laat wordt geconfronteerd met signalen of vermoedens van ongepast gedrag is dus reëel.

Waarom is een sportspecifiek Vlaggensysteem nodig?

De sport kent enkele typische kenmerken die aanleiding kunnen geven tot het ontstaan en voortduren van (seksueel) grensoverschrijdend gedrag.

  • De macht van een coach of autoriteitsfiguur over zijn sporter kan groot zijn. Dat machtsverschil kan leiden tot onbalans in de relatie, wat dan weer een risico op misbruik meebrengt.
  • Sport is per definitie een lichamelijke aangelegenheid. In die op zich normale cultuur van lichamelijkheid kan een sporter niet altijd uitmaken wat aanvaardbaar gedrag is.
  • Jonge topsporters die uren per dag ambitieus bezig zijn met hun sport, vormen een kwetsbare groep. Zo kan bijvoorbeeld de prestatiedruk bij sporters zo groot worden dat alles moet wijken. Het ondergaan van seksuele intimidatie kan op die manier een aanvaardbare opoffering lijken voor de sporter, als die zich blindstaart op het prestige van sportief succes.
  • Ondanks deze verhoogde risico's hebben sportorganisaties vaak geen formeel beleid voor de indienstneming van vrijwilligers. Daardoor zijn sportclubs, die steeds nood hebben aan goedkoop of gratis personeel, aantrekkelijk voor mogelijke plegers. Door kandidaten te vragen om een uittreksel van het strafregister model twee (minderjarigenmodel) te tonen, vermijd je dat je begeleiders zou engageren met een gerechtelijk verleden van (seksuele) feiten gepleegd ten aanzien van minderjarigen.
  • Toch zijn het lang niet alleen (mannelijke) coaches die onaanvaardbaar seksueel gedrag stellen ten aanzien van jonge atleten. Uit onderzoek blijkt dat het vaak leeftijdsgenoten zelf zijn die het grensoverschrijdend gedrag stellen. Wees er dus attent op dat er grensoverschrijdend of experimenteergedrag vooral tussen jongeren onderling plaatsvindt. In dit geval is er eerder sprake van sociale machtsverschillen en groepsdruk.

Wat is grooming?

Grooming is het proces waarin de pleger zijn slachtoffer isoleert en bewust voorbereidt op het misbruik. De pleger probeert langzaam het vertrouwen te winnen van zijn slachtoffer en systematisch de grenzen tussen pleger en slachtoffer te laten vervagen. Dat proces kan weken, maanden en zelfs jaren duren. De pleger probeert stapsgewijs dichterbij te komen om geheimhouding mogelijk te maken. Het groomingproces is verraderlijk omdat het hierdoor zal lijken dat de sporter ‘vrijwillig meewerkt’ aan het misbruik.

Kinderen zijn als afhankelijke individuen in een opvoedingscontext uiterst kwetsbaar voor deze benadering, maar ook jongeren en jonge volwassenen in een sterke afhankelijkheidsrelatie, zoals tussen een sporter en een coach, kunnen het slachtoffer worden van zo’n proces. De sporter heeft vaak een groot vertrouwen in de coach of een andere begeleider die hij al als een autoriteit aanschouwt. De pleger kiest vaak bewust zijn slachtoffers, werpt zich op als een vader- of moederfiguur en geeft aandacht aan privéaangelegenheden van de sporter. Celia Brackenridge, een gerenommeerd Brits onderzoeker, onderscheidt volgende fases in het groomingproces:

  • Uitkiezen van het slachtoffer: kwetsbare sporters observeren, mogelijkheden creëren om de betrouwbaarheid uit te testen, aandacht geven en vriendschap sluiten.
  • Opbouwen van een vriendschapsrelatie en vertrouwensband: het slachtoffer speciaal doen voelen door bv. cadeautjes of beloningen te geven, tijd samen door brengen, te luisteren, een ruilsysteem in te voeren (“Jij moet nu even dit voor mij doen, want ik heb dat allemaal al voor jou gedaan”).
  • Slachtoffer isoleren en controle en loyaliteit invoeren: het slachtoffer toegang tot anderen weigeren, contact met ouders en vrienden buiten de sport aan banden leggen, inconsistent gedrag (de ene keer een beloning geven, de andere keer geen aandacht geven om zo het verlangen naar aandacht bij het slachtoffer aan te wakkeren), de toewijding van het slachtoffer uittesten.
  • Initiëren van het misbruik en in stand houden van het geheim: stapsgewijs seksuele grenzen verleggen, bij weerstand zeggen “Vorige keer vond je het oké”, medewerking vragen door schuldgevoel aan te praten “Dit heb ik van je tegoed” of “Kijk nu wat je gedaan hebt”, bescherming bieden met uitspraken als “Dit is ons geheim”, het slachtoffer in diskrediet brengen met “Niemand zal je geloven” of bedreigen “Als je ’t verder vertelt, is je sportieve carrière voorbij”…

Grooming is vaak succesvol in de sport omdat de sporter een groot vertrouwen heeft in zijn of haar coach of autoriteitsfiguur. De coach biedt de sporter de mogelijkheid of het vooruitzicht om prestaties te leveren. Naast concrete beloningen, geeft de coach de sporter vaak ook ontastbare voordelen zoals het gevoel om speciaal te zijn, vertrouwen, de lokroep van succes, veiligheid en superioriteit. De coach draagt zorg voor de sporter en beschermt hem of haar, waardoor die zich steeds afhankelijker zal opstellen. Hij lokt de sporter stap voor stap in de val en verkrijgt toestemming door bedreiging. Bedreigingen zoals “Ik zet je uit het team” zullen ervoor zorgen dat de sporter stilzwijgend toestemt. De gevoelsband tussen coach en sporter kan er ook toe leiden dat de sporter tijdens de grooming verliefd wordt op de coach. De vaak sterke emotionele band tussen coach en sporter kan de drempel tot melding of aangifte onoverkomelijk hoog maken voor de sporter.

Moeten alle aanrakingen uit de sport verbannen worden?

Het is zeker niet de bedoeling om aanrakingen te bannen uit de sport, zolang maar voldoende met volgende aandachtspunten rekening gehouden wordt. De integriteit van de jonge sporter staat steeds voorop.

Bij het sporten horen heel wat aanrakingen: ondersteuning tijdens het uitvoeren van risicovolle bewegingen, lichamelijke aanwijzingen tijdens het uitvoeren van een instructie of nieuwe techniek… Deze aanrakingen zorgen voor betere kennisoverdracht en maken sport veiliger. Dat creëert een cultuur van lichamelijkheid waarin de sporter niet altijd kan uitmaken wat aanvaardbaar gedrag is. Het is dus belangrijk dat je als sportbegeleider op voorhand (bijvoorbeeld bij de aanvang van het seizoen of lessenreeks) uitlegt waar en waarom je iemand gaat aanraken en nagaat of de sporter dat oké vindt. Zo leren jonge sporters inschatten welke aanrakingen ‘normaal’ zijn en ‘erbij horen’.

Daarnaast horen bij het goed begeleiden van kinderen en jongeren in de sport ook ondersteunende, helpende, troostende, verzorgende en andere aanrakingen. Onder die aanrakingen verstaan we schouderklopjes, high fives, groepsknuffels, een hand geven… Deze aanrakingen zijn een vorm van non-verbale communicatie en worden vaak als aangenaam ervaren. Ze geven steun of versterken het groepsgevoel. Ze kunnen echter ook verder gaan en als onaangenaam ervaren worden, bijvoorbeeld het betasten van de intieme zones of ongewenst zoenen. Het is belangrijk steeds de integriteit van kinderen en jongeren te bewaken en centraal te plaatsen. Volgende aandachtspunten kunnen hierbij helpen:

  • ga steeds na of de jonge sporter zich comfortabel voelt bij de aanraking: niet alle kinderen reageren hetzelfde of zullen een grens durven aangeven. Dring geen aanrakingen op of doe niets onverwachts;
  • als het initiatief van de jonge sporter zelf komt, is dit oké maar begrens indien nodig. Ook de integriteit van de sportbegeleider moet bewaakt worden;
  • het aanraken van intieme delen hoort niet bij sociaal aanvaardbare aanrakingen, en het is goed om heel jonge sporters te leren dat ze daar zelf baas over zijn;
  • aanrakingen die pijn doen (slaan, een tik geven…), overstimulerend zijn (kriebelen…) of eerder intiem (zoenen, tegen elkaar liggen, door het haar wrijven…) zijn niet oké;
  • bij twijfel, maak vooraf afspraken over op welke manier bepaalde aanrakingen best gebeuren, betrek jonge sporters (en eventueel de ouders) bij deze afspraken. Leg deze afspraken vast. Maak hierbij geen onderscheid tussen mannelijke of vrouwelijke begeleiders, een goede sportbegeleider moet in staat zijn alle noodzakelijke aanrakingen correct uit te voeren.

Hoe vermijd je geruchten, roddels, onterechte beschuldigingen...?

Als sportbegeleider vervul je een voorbeeldfunctie in je sportorganisatie en draag je verantwoordelijkheid ten opzichte van jonge sporters. Het is dan ook belangrijk om te allen tijde de veiligheid en integriteit van de jonge sporters te garanderen. Als alle begeleiders zich houden aan de afgesproken gedragscode, is er geen probleem. Wel is er een probleem wanneer er vermoedens, geruchten of roddels zijn over het gedrag van een sportbegeleider t.a.v. een sporter.

Als er een open sfeer heerst, mensen elkaar kunnen aanspreken op gedrag en geruchten, situaties van één-op-één contact met jonge sporters beperkt worden en er duidelijke afspraken zijn, verkleint dat het risico dat anderen je (valselijk) kunnen beschuldigen van seksueel grensoverschrijdend gedrag en laat je controle en toezicht toe. Ook al heb je alleen maar goede bedoelingen, toch is het belangrijk om zulke aanklachten te allen tijde te voorkomen.

“Eens beschuldigd, altijd verdacht” – het is vaak een pijnlijke realiteit. Geruchten of roddels over seksueel grensoverschrijdend gedrag door een sportbegeleider leiden vaak ook tot morele paniek binnen de sportorganisatie. Het is de taak van het bestuur om de situatie, al dan niet in samenwerking met de aanspreekpersoon integriteit (API), discreet en integer op te vangen, aan te pakken en erover te communiceren met alle betrokkenen (zie het handelingsprotocol in het Raamwerk lichamelijke en seksuele integriteit en beleid in de sport of het reactieplan in SPORT MET GRENZEN: Beleidsinitiatieven om lichamelijk en seksueel grensoverschrijdend gedrag aan te pakken).

Is er onder de huidige generatie jongeren meer preutsheid dan vroeger?

De laatste jaren wordt er opnieuw een maatschappelijke tendens van preutsheid opgemerkt bij jongeren. Ook in de kleedkamers of tijdens het douchen blijkt dat. Sommige jonge sporters houden bijvoorbeeld liever hun badkleding of ondergoed aan en willen privacy tijdens het omkleden.

Hoewel dit wetenschappelijk nog niet onderzocht is, zijn er verklaringen denkbaar:

Oorzaken van preutsheid die al altijd gespeeld hebben

  • Naaktheid wordt vaak geassocieerd met seksualiteit waardoor kinderen geleerd hebben dat het beter is om het eigen lichaam af te schermen voor de blikken van anderen. Seks en naaktheid hebben ook vaak een negatieve connotatie en in de meeste Vlaamse gezinnen blijkt seksuele ontwikkeling nog al te vaak een weinig besproken thema. Het is dan ook te verwachten dat deze attitude terug te vinden is bij jongeren.
  • Lichamelijke veranderingen, zoals die er zijn in de puberteit, maken jongeren onzeker waardoor ze liever niet opvallen of anders zijn dan hun leeftijdsgenoten. Samen douchen, terwijl je net heel onzeker bent over je lichaam, kan daarom best spannend zijn voor jonge adolescenten. Het schoonheidsideaal, die de perfecte lichaamsbouw benadrukt, speelt hier zeker ook een rol.

Oorzaken van de tendens naar toename in preutsheid

  • In onze maatschappij spelen meer uiteenlopende culturele invloeden dan vroeger, waardoor ook in de sport andere en soms preutsere omgangsvormen ingang vinden.
  • Het is mogelijk dat ouders door de affaire Dutroux en andere schandalen van seksueel misbruik omzichtiger of angstiger omgaan met naaktheid en seksualiteit. Het is zeker zo dat naaktheid van volwassenen en kinderen hierdoor (gedeeltelijk) terug in de taboesfeer is geraakt. Wanneer ouders voorzichtiger omspringen met naaktheid, is het logisch dat kinderen dat ook doen.
  • Nu bijna iedereen een gsm met een camerafunctie en internet heeft, kan haast elk moment digitaal worden vastgelegd en verspreid. Daardoor zijn kinderen en jongeren mogelijk meer op hun hoede tijdens het omkleden en douchen.

Op de hoogte blijven van onze activiteiten?