Eetproblemen

Eetproblemen

Fysieke fitheid is cruciaal binnen sport. Deze focus op het lichaam en voeding maakt sporters echter ook vatbaar voor extreem gedrag dat kan uitmonden in een eetprobleem of zelfs een eetstoornis (bv. anorexia nervosa, boulimia nervosa of eetbuien). Het profiel van mensen met een eetstoornis vertoont ook enkele gelijkenissen met sporters, zoals de drang naar perfectionisme en de wil om te presteren.

Vooral de prestatiedruk speelt een bepalende rol in de ontwikkeling van een eetstoornis. Sommige sporten zijn daarnaast meer vatbaar voor de ontwikkeling van eetproblemen dan andere sporten. Vrouwen vormen ook een grotere risicogroep dan mannen. Ook bepaalde persoonlijke factoren bij de sporter maken hem meer kwetsbaar, bijvoorbeeld perfectionisme, lichaamsontevredenheid, lage zelfwaardering en een sterke prestatie-oriëntatie. De sportwereld heeft dan ook nood aan sensibilisering rond deze problematiek.

Wie hulp zoekt - voor zichzelf of iemand anders - kan via www.eetproblemenindesport.be terecht bij een psycholoog en/of voedingsdeskundige.

Hieronder vind je meer algemene informatie over het thema.

Lees meer

Prestatiedruk

Wanneer de prestatiedruk bij atleten leidt tot stress, kan dit zich verder ontwikkelen tot een eetstoornis. Hiermee wordt veelal anorexia nervosa, boulimia nervosa, eetbuistoornis of andere (on)gespecificeerde eetstoornissen bedoeld. Specifiek voor atleten worden soms onofficiële termen als ‘anorexia athletica’ of ‘bigorexia’ gebruikt.

Het eetprobleem kan gezien worden als een (nefaste) poging van de atleet om met de sport gerelateerde stress en druk om te gaan. Het focussen op het eetpatroon en gewicht kan een (vals) gevoel van controle geven. Daar waar de atleet geen controle heeft over zijn prestaties, kan hij wel controle uitoefenen over zijn eetgedrag. Bovendien wordt dit ondersteund door de mythe “thin is going to win”. Hierbij worden de vele andere factoren (naast voeding en gewicht) die mee de prestaties bepalen verwaarloosd.

Vooral wanneer druk wordt uitgeoefend door externe partijen verhoogt het risico op een eetstoornis. Atleten die het onderwerp zijn van extreme kritiek (van ouders, coaches, supporters…) of nooit eens geprezen worden, voelen zich vaak niet geaccepteerd, twijfelen aan zichzelf en worden steeds afhankelijker van anderen. Dit kan uiteindelijk leiden tot eetproblemen en zelfs eetstoornissen.

Kwetsbare sporten

Sommige sporten zijn ook vatbaarder voor eetstoornissen dan andere, denk maar aan sportdisciplines met gewichtsklassen (judo, gewichtheffen…) of sporten waarbij een bepaald lichaamstype belangrijk is (gymnastiek, figuurschaatsers, langeafstandslopers…). Ook is het zo dat naarmate de competitiviteit stijgt, het risico op eetstoornissen stijgt.

Vrouwen als kwetsbare groep

Vrouwen vormen een grotere risicogroep wat eetproblemen betreft. Vrouwelijke atletes ervaren dan ook gemengde boodschappen van de samenleving: enerzijds wordt verwacht dat ze fit en atletisch zijn en anderzijds wordt van hen verwacht om aan bepaalde schoonheidsidealen te voldoen.

Het ontwikkelen van verstoord eetgedrag is één van de drie gezondheidsrisico’s binnen de ‘female athlete triad’ (naast osteoporose en onregelmatige menstruatie). Omdat mannelijke atleten echter ook niet risicovrij zijn, wordt tegenwoordig ook over ‘Relative Energy Deficiency in Sport’ (RED-S) gesproken, een breder en meer complex begrip.

Nood aan sensibilisering binnen de sportwereld

Niet enkel atleten moeten bewust gemaakt worden van de risico’s verbonden aan een ongezond eetpatroon. Het is van belang dat alle betrokkenen, zoals ouders, coaches of de club de risico’s kunnen inschatten en de verschillende signalen leren herkennen.

Sensibilisering is dan ook nodig in de sportwereld, waar nog steeds coaches actief zijn die verschillende symptomen van eetstoornissen eerder als wenselijk gedrag interpreteren. Denk maar aan perfectionisme, overmatig trainen, overdreven volgzaamheid, isolatie, excessieve competitiviteit, lage zelfwaardering of fysieke klachten. Preventief handelen en een juiste aanpak voorzien bij atleten met eetstoornissen zijn daarbij ook meer dan gewenst.

Wetenschappelijk onderzoek

Verschillende internationale studies geven aan dat topsporters een iets hoger risico lopen om een eetprobleem te ontwikkelen. Onderzoek in Vlaanderen bevestigt dat eetproblemen bij de gemiddelde topsporter niet dramatisch sterker aanwezig zijn dan bij de doorsnee bevolking. Ze scoren licht hoger op het domein van ‘streven naar slankheid’ en ‘boulemia’, maar zijn even (on)tevreden over hun lichaam als de gemiddelde Vlaming. Wel is het zo dat topsporters veel meer op hun eetpatroon en gewicht letten en dat vrouwen een licht hoger risico vertonen op eetstoornissen.

Op de hoogte blijven van onze activiteiten?