Interculturaliteit

Interculturaliteit

Sport neemt een steeds belangrijkere plaats in binnen onze samenleving, en krijgt meer dan ooit een toegevoegde sociale waarde toegedicht. Wat men de duale waarde van sport noemt, behelst enerzijds de bijdrage tot een gezonde levensstijl en anderzijds het bevorderen van de persoonlijke pro-sociale ontwikkeling en een bredere maatschappelijke vorm van inclusie en cohesie. Sport wordt dan ook vaak als middel aangegrepen om sociale integratie van kansengroepen te bevorderen, zoals mensen met een migratieachtergrond.

Enerzijds dient sport dus als een middel tot integratie, maar anderzijds moet de sportsector er ook over waken om discriminatie binnen de eigen rangen zoveel mogelijk te beperken. Net als binnen de bredere samenleving heeft sport te kampen met racisme en discriminatie op basis van ras, etniciteit of culturele achtergrond.

Lees meer

Sociale exclusie en sociale inclusie

Binnen de superdiverse samenleving opteert een inclusief beleid voor een interculturele samenleving, terwijl een exclusief beleid voor een pluriculturele of meer gescheiden samenleving kiest.

Het doel is om via sport een meer inclusieve samenleving en gelijke participatie te creëren. Een inclusief beleid wil dezelfde mogelijkheden voor iedereen aanbieden, waarbij actieve participatie een sleutelelement is. Een inclusieve sportclub hecht waarde aan diversiteit en vormt een afspiegeling van de lokale gemeenschap op kleine schaal.

Tegenover het inclusief model, staat het exclusief model. Exclusie kan betekenen dat bepaalde kansengroepen door een gebrek aan middelen, rechten, goederen of diensten in de onmogelijkheid verkeren om deel te nemen aan activiteiten die voor het grootste deel van de bevolking wel beschikbaar zijn. Deze uitsluiting kan de ontwikkeling van sportclubs met exclusief leden met een migratieachtergrond in de hand werken. In het streven naar een inclusieve sportwereld bevinden deze clubs zich echter in een overgangsfase.

Inclusie van mensen met een migratieachtergrond/etnisch-culturele minderheden op verschillende niveaus

Sport is dus meer dan de loutere focus op prestaties, competitie en vaardigheden en heeft een bredere maatschappelijke rol te vervullen. Om de integratie van etnisch-culturele minderheden / mensen met een migratieachtergrond te bevorderen, dienen sportclubs op drie niveaus te werken.

Op het protectieniveau moeten sportclubs waken over de morele en fysieke integriteit van hun leden.

Op het participatieniveau moet het recht op sporten in acht genomen worden. Het is de taak van de sportclub om iedereen toegang te bieden en zo de participatie van etnisch-culturele minderheden te verhogen.

Tot slot is er het kaderniveau, wat inhoudt dat etnisch-culturele minderheden / mensen met een migratieachtergrond niet alleen op het veld maar ook in de bestuurskamer of in de dagelijkse werking van de club vertegenwoordigd zijn.

Verantwoordelijkheid van verschillende stakeholders

Ondanks het grote vertrouwen in sport, is het geen universeel medicijn voor verschillende maatschappelijke problemen. We mogen er dan ook niet gemakshalve van uitgaan dat verhoogde sportparticipatie automatisch zal leiden tot sociale inclusie. Zowel binnen gemengde clubs als bij wedstrijden tussen een allochtone club en een niet-allochtone club kunnen niet alleen heel wat kansen voor sociale interactie en cohesie ontstaan, maar zijn er ook heel wat kansen voor conflicten.

Om sociale inclusie te verwezenlijken is een ‘level playing field’ van belang. Dit is een rechtvaardigheidsprincipe, een concept voor eerlijkheid. Het komt neer op het creëren van een situatie die eerlijk is voor iedereen, waar iedereen dezelfde mogelijkheden en kansen krijgt en waar de regels gelden voor iedereen.

Hiervoor dragen in de 1ste plaats alle stakeholders binnen sport hun verantwoordelijkheid. Denk hierbij maar aan nationale, regionale en lokale overheden, sportfederaties, sportclubs en Europese (sport)instituten/-initiatieven. Maar ook andere stakeholders zoals de media, etnisch-culturele verenigingen en – federaties en niet-sportorganisaties kunnen inzetten op sociale inclusie via sport. Zowel sport- als niet-sportactoren kunnen op vele manieren participatie bevorderen: het delen van kennis, het opleggen van regels, het verlenen van financiële en morele steun, het aanleveren van expertise, het promoten van evenementen, het aanbieden van trainingsprogramma’s of het opbouwen van betrouwbare netwerken en samenwerkingsverbanden.

Directe en indirecte discriminatie

Binnen de sportwereld ligt de focus heel vaak op racistische uitingen (denk maar aan spreekkoren binnen het stadion). Deze racistische incidenten zijn een vorm van directe discriminatie.

Een uitgewerkt beleid binnen de sport pakt echter alle vormen van discriminatie aan, en dus ook indirecte discriminatie. Indirecte discriminatie wil zeggen dat schijnbaar neutrale criteria, regels of praktijken toch iemand benadelen op basis van geslacht, ras, etniciteit, religie, handicap, leeftijd of seksuele voorkeur. Denk hierbij maar aan mensen zonder papieren die niet mogen deelnemen aan competitiesport of het verbod op sporthoofddoeken.

Wetenschappelijk onderzoek naar interculturaliteit binnen sport

In Vlaanderen, maar ook op internationaal vlak, is onderzoek naar sportparticipatie van etnisch-culturele minderheden / mensen met een migratieachtergrond een schaars goed. De beschikbare data zijn vaak ook moeilijk vergelijkbaar.

Nederlands onderzoek toonde bijvoorbeeld aan dat er tussen etnisch-cultureel diverse groepen ook verschillen kunnen zijn. Zo hebben Antillianen en Surinamers een hogere participatiegraad dan Turken en Marokkanen. Niet alleen tussen groepen, maar ook tussen sporten blijkt een verschil in Nederland: er is een relatieve oververtegenwoordiging van etnisch-culturele minderheden / mensen met een migratieachtergrond binnen sporten als voetbal, vechtsporten, atletiek, aerobic en baseball en een relatieve ondervertegenwoordiging binnen sporten als volleybal, veldhockey, tennis, schaatsen en wielrennen. Het is voorlopig niet helemaal duidelijk wat de oorzaken hiervan zijn, maar de factor armoede kan hier wel een rol in spelen, evenals de succesvolle prestaties van enkele topsporters met een migratieachtergrond.

Over het algemeen duidt onderzoek er wel op dat sportdeelname bij etnisch-culturele minderheden / mensen met een migratieachtergrond lager ligt dan bij de brede bevolking, en dat vooral bij vrouwen en meisjes. Vooral de vertegenwoordiging in georganiseerde sporten is laag, terwijl deze vrouwen en meisjes wel relatief vaak in een niet- of anders georganiseerd verband met elkaar sporten.

Hoewel etnisch-culturele minderheden in sommige sporten oververtegenwoordigd zijn, heeft dit slechts een beperkte weerslag op de vertegenwoordiging in de dagelijkse werking en zeker niet binnen kaderfuncties. We kunnen hier dan ook spreken over een ‘glazen plafond’. Exclusief etnisch-cultureel samengestelde clubs kunnen dan weer wel vaak terugvallen op een etnisch gekleurd kader.

Ook mag de (over-)vertegenwoordiging van etnisch-culturele minderheden binnen bepaalde professionele sporten onze blik niet vertroebelen. Ze tonen dan soms wel de mogelijkheid voor sociale mobiliteit aan, toch zijn het vaak valse getuigen van een open samenleving. Het kan ook clichébevestigend werken, zoals het idee dat mensen van een Afrikaanse afkomst meer aanleg hebben voor bepaalde sporten.

Verder is er ook meer onderzoek nodig om na te gaan of diversiteit op het plein ook leidt tot vriendschap en een gevoel van samenhorigheid naast het plein (sociaal-affectieve integratie). Enkele studies hebben alvast aangetoond dat het gevoel van samenhorigheid groter is bij exclusieve clubs. In België tonen de Rode Duivels aan dat het ook anders kan. Naast vriendschap en samenhorigheidsgevoel, zijn inclusieve clubs echter ook van belang om kinderen en jongeren sociale vaardigheden bij te brengen en te leren omgaan met diversiteit.

Op de hoogte blijven van onze activiteiten?