Kinderrechten

Rechten van het kind

De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (1948) kreeg in 1989 een opvolger met de ‘United Nations Convention on the Rights of the Child’. Deze kinderrechten zijn vandaag wereldwijd het meest aanvaarde instrument.

Enkele artikels uit het Kinderrechtenverdrag hebben ook implicaties voor de sportwereld. Zo staat het belang van het kind centraal en wordt gepleit voor het recht op gezondheid, educatie, familieleven en vrije tijd. Het gaat tevens in tegen elke vorm van uitbuiting, misbruik of geweld. Een specifieke doorvertaling van het Kinderrechtenverdrag naar de sportwereld vinden we terug in de Panathlonverklaring.

Lees meer

Het Kinderrechtenverdrag

Het Kinderrechtenverdrag bestaat uit 54 artikels en kunnen we tot vijf overkoepelende principes reduceren: accountability, empowerment, mensenrechten, participatie en non-discriminatie.

Met het Kinderrechtenverdrag werd ook de klemtoon verlegd van de noden van het kind naar de rechten van het kind. De kwetsbaarheid van kinderen en de nodige beschermingsmaatregelen worden in deze visie aangevuld door het recht op bepaalde voorzieningen, zoals het recht op gezondheid, het recht op educatie etc. Safeguarding betekent dus steeds meer dan louter bescherming tegen misbruik, verwaarlozing, geweld en uitbuiting, maar draait ook om het promoten en garanderen van een goede ontwikkeling, welzijn en empowerment van het kind.

Sport als middel om kinderrechten te beschermen

Om de doelstellingen van het Kinderrechtenverdrag in praktijk te bewerkstelligen, wordt sport vaak als een middel ingezet. Verschillende motieven kunnen hierbij een rol spelen. Zo kan de bevordering van welzijn en gezondheid centraal staan, zoals het beperken van obesitas, hartziekten of diabetes of het promoten van een actieve levensstijl.

Sport kan ook in het teken staan van sociale inclusie, zoals de promotie van gendergelijkheid of culturele tolerantie. Ook wordt sport als een middel ingezet ter bevordering van de persoonlijke en sociale ontwikkeling van jongeren. Het kan ook dienen voor de reductie van misdaad of zelfs als een middel voor vrede en sociale cohesie binnen conflictgebieden.

Sport en Kinderrechten

Hoewel sport dus een uitstekend imago heeft, moet de sportwereld zelf wel nog meer doordrongen worden van het belang van kinderrechten. Sport staat niet buiten de maatschappij en is niet immuun voor problemen in de samenleving.

Overleg tussen sportorganisaties en mensenrechtenorganisaties kan een meer structurele basis bieden ter bescherming van de rechten van het kind. Bijkomend kan de implementatie van kinderrechten vanuit de politiek ervoor zorgen dat kinderrechten meer dan een ‘ethisch vijgenblad’ zijn. Het beschermen van kinderrechten binnen sport moet ook niet gezien worden als een bedreiging, maar eerder als een manier om het vertrouwen in sport te vergroten.

Daarnaast moet ook het onderzoek naar kinderrechten in de sport moet nog volop in ontwikkeling komen. Niet alleen mist het internationaal onderzoek een basis voor vergelijkende analyse tussen verschillende landen, ook ontbreekt nog al te vaak de stem van het kind zelf.

Het toenemend belang van kinderrechten in sport

Verschillende evoluties binnen de sportwereld hebben ervoor gezorgd dat kinderrechten een steeds prominentere plaats hebben ingenomen. Zo heeft de snelle ontwikkeling van amateursport naar professionele sport een grote impact op kinderen. Professionalisering zorgt enerzijds voor een kwaliteitsvollere voorbereiding en training, maar heeft anderzijds ook voor steeds vroegere talentidentificatie gezorgd en heeft het de leeftijd van de atleten op het hoogste niveau drastisch doen dalen.

Wanneer deze professionalisering gekoppeld wordt aan de exploderende commerciële, politieke en mediabelangen, komen sportende kinderen op jonge leeftijd met grote druk en verwachtingen in aanraking. Jonge atleten moeten dan ook eerst en vooral als kinderen gedefinieerd worden en dan pas als atleten. Daarbij botsen vaak de belangen van de volwassenen met de belangen van het kind. Het is echter duidelijk dat de belangen van het kind altijd op de eerste plaats moeten komen.

Verschillende risico’s binnen sport

Uiteraard zijn verschillende artikels van het Kinderrechtenverdrag van toepassing op sport. We kunnen echter niet rond de ondeelbaarheid en onderlinge afhankelijkheid van de opgesomde kinderrechten. Op de website van ICES worden verschillende met kinderrechten gerelateerde thema’s afzonderlijk en meer diepgaand besproken. Hieronder geven we toch graag een beknopt overzicht van verschillende risico’s ten aanzien van kinderrechten binnen sport.

  • Gezondheid (artikel 19, 24 & 31): Vroege specialisatie en hoge trainingsintensiviteit kunnen een gezonde groei en ontwikkeling op zowel mentaal als fysiek vlak in de weg staan. Overtraining kan leiden tot beknotting van de groei of slepende blessures, de stress kan leiden tot eetstoornissen, burn-out of voortijdig afhaken.
  • Uitbuiting (artikel 32): Door de vele uren training en de mogelijke financiële compensaties of prijzen kan elitesport bij kinderen soms sterk neigen naar kinderarbeid. In het belang van het kind kan bijvoorbeeld gepleit worden voor beperkte trainingsuren en competitiedeelnames. In extreme mate kunnen jonge topsporters zelfs het slachtoffer worden van mensenhandel.
  • Educatie (artikel 28): De combinatie school en sport is vaak heel zwaar en kan resulteren in het voortijdig beëindigen van de studies. Onderzoek toont aan dat minder dan 5% van de jonge elitesporters later hun geld verdienen met sport, wat het belang van een opleiding nog meer noopt.
  • Familieleven, vrije tijd en rust (inleiding en artikel 31): Jonge sporters steken soms zoveel tijd in sport (het sporten zelf, het vervoer…) dat er amper sprake is van een gezinsleven. Kinderen ontberen zo ook de nodige rust en hun drukke activiteiten belemmeren hen om een normaal sociaal leven op te bouwen.
  • Misbruik en geweld (artikel 19): Het risico op fysiek, emotioneel en seksueel misbruik verhoogt bij een meer intense samenwerking. Ook de extreme focus op het lichaam en de uithuizigheid bij topsporters kunnen dit in de hand werken. Overtraining kan ook een vorm van fysiek geweld aannemen. Tot slot kunnen er ook vragen gesteld worden bij sommige gevechtssporten en de mogelijke schade die jongeren daardoor kunnen oplopen.
  • Doping (artikel 17, 19, 24, 33, 36): Ook op het vlak van dopinggebruik staat jeugdsport niet los van de samenleving. Kinderen moeten uiteraard altijd beschermd worden tegen elke vorm van doping.
  • Het belang van het kind (artikel 3): Centraal binnen het Kinderrechtenverdrag staat het belang van het kind. Zeker bij elitesport kan men zich afvragen of het belang van het kind wel steeds centraal staat. Denk maar aan specialisatie, overtraining, grote verwachtingen, intensieve tijdsbesteding…

Op de hoogte blijven van onze activiteiten?