Kinderrechten

Rechten van het kind

Na de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (1948) volgden in 1989 ‘United Nations Convention on the Rights of the Child’. Deze kinderrechten zijn vandaag wereldwijd het meest aanvaarde instrument.

Verscchillende artikels van het Kinderrechtenverdrag hebben ook implicaties voor de sportwereld. Zo staat het belang van het kind centraal en wordt gepleit voor het recht op gezondheid, educatie, familieleven en vrije tijd. Het verbiedt elke vorm van uitbuiting, misbruik of geweld. Een specifieke doorvertaling van het Kinderrechtenverdrag naar de sportwereld vinden we terug in de Panathlonverklaring.

Lees meer

Het Kinderrechtenverdrag

Het Kinderrechtenverdrag bestaat uit 54 artikels. Het bevat een uitvoerige cataloog van kinderrechten. Alle rechten zijn even belangrijk en hangen van elkaar af. Onderliggend aan alle rechten van het Kinderrechtenverdrag staan vier algemene beginselen centraal: het verbod op discriminatie (art. 2); het belang van het kind (art. 3); het recht op leven, overleven en ontwikkeling (art. 6) en het recht op participatie (art. 12)

Traditioneel worden de rechten uit het Kinderrechtenverdrag onderverdeeld in drie categorieën (de 3 P’s): protectie, provisie en participatie. De rechten van kinderen worden dan opgesplitst in rechten op toegang tot diensten en voorzieningen (bv. recht op toegang tot gezondheidsvoorzieningen); de rechtsbescherming (bv. bescherming tegen verwaarlozing en uitbuiting) en de rechten om zelf handelingen te stellen en het recht op inspraak (bv. recht om gehoord te geworden) Deze drie soorten rechten zijn onderling verbonden en met elkaar verweven.

Sport als middel om kinderrechten te beschermen

Om de doelstellingen van het Kinderrechtenverdrag in de praktijk te bewerkstelligen, wordt sport vaak als een middel ingezet. Verschillende motieven kunnen hierbij een rol spelen. Zo kan de bevordering van welzijn en gezondheid centraal staan, zoals het beperken van obesitas, hartziekten of diabetes of het promoten van een actieve levensstijl.

Sport kan ook in het teken staan van sociale inclusie, zoals de promotie van gendergelijkheid of culturele tolerantie. Ook wordt sport als een middel ingezet ter bevordering van de persoonlijke en sociale ontwikkeling van jongeren. Het kan ook dienen voor de reductie van misdaad of zelfs als een middel voor vrede en sociale cohesie binnen conflictgebieden.

Sport en Kinderrechten

Hoewel sport dus een uitstekend imago heeft, moet de sportwereld zelf wel nog meer doordrongen worden van het belang van kinderrechten. Sport staat niet buiten de maatschappij en is niet immuun voor problemen in de samenleving.

Overleg tussen sportorganisaties en mensenrechtenorganisaties kan een meer structurele basis bieden ter bescherming van de rechten van het kind. Bijkomend kan de implementatie van kinderrechten vanuit de politiek ervoor zorgen dat kinderrechten meer dan een ‘ethisch vijgenblad’ zijn. Het beschermen van kinderrechten binnen sport moet ook niet gezien worden als een bedreiging, maar eerder als een manier om het vertrouwen in sport te vergroten.

Daarnaast moet ook het onderzoek naar kinderrechten in de sport moet nog volop in ontwikkeling komen. Niet alleen mist het internationaal onderzoek een basis voor vergelijkende analyse tussen verschillende landen, ook ontbreekt nog al te vaak de stem van het kind zelf.

Het toenemend belang van kinderrechten in sport

Verschillende evoluties binnen de sportwereld hebben ervoor gezorgd dat kinderrechten een steeds prominentere plaats hebben ingenomen. Zo heeft de snelle ontwikkeling van amateursport naar professionele sport een grote impact op kinderen. Professionalisering zorgt enerzijds voor een kwaliteitsvollere voorbereiding en training, maar heeft anderzijds ook voor steeds vroegere talentidentificatie gezorgd en heeft het de leeftijd van de atleten op het hoogste niveau drastisch doen dalen.

Wanneer deze professionalisering gekoppeld wordt aan de exploderende commerciële, politieke en mediabelangen, komen sportende kinderen op jonge leeftijd met grote druk en verwachtingen in aanraking. Jonge atleten moeten dan ook eerst en vooral als kinderen gedefinieerd worden en dan pas als atleten. Daarbij botsen vaak de belangen van de volwassenen met de belangen van het kind. Het is echter duidelijk dat de belangen van het kind altijd op de eerste plaats moeten komen.

Verschillende risico’s binnen sport

Uiteraard zijn verschillende artikels van het Kinderrechtenverdrag van toepassing op sport. Artikel 31 van het Kinderrechtenverdrag staat hierbij centraal. Dit artikel erkent het recht van het kind om deel te nemen aan recreatieve activiteiten, waartoe sportieve activiteiten ook behoren.

We kunnen echter niet rond de ondeelbaarheid en onderlinge afhankelijkheid van de opgesomde kinderrechten. Op de website van ICES worden verschillende met kinderrechten gerelateerde thema’s afzonderlijk en meer diepgaand besproken. Hieronder geven we toch graag een beknopt overzicht van verschillende risico’s ten aanzien van kinderrechten binnen sport.

  • Gezondheid (artikel 19, 24 & 31): Vroege specialisatie en hoge trainingsintensiviteit kunnen een gezonde groei en ontwikkeling op zowel mentaal als fysiek vlak in de weg staan. Overtraining kan leiden tot beknotting van de groei of slepende blessures, de stress kan leiden tot eetstoornissen, burn-out of voortijdig afhaken.
  • Uitbuiting (artikel 32): Door de vele uren training en de mogelijke financiële compensaties of prijzen kan elitesport bij kinderen soms sterk neigen naar kinderarbeid. In het belang van het kind kan bijvoorbeeld gepleit worden voor beperkte trainingsuren en competitiedeelnames. In extreme mate kunnen jonge topsporters zelfs het slachtoffer worden van mensenhandel.
  • Educatie (artikel 28): De combinatie school en sport is vaak heel zwaar en kan resulteren in het voortijdig beëindigen van de studies. Onderzoek toont aan dat minder dan 5% van de jonge elitesporters later hun geld verdienen met sport, wat het belang van een opleiding nog meer noopt.
  • Familieleven, vrije tijd en rust (inleiding en artikel 31): Jonge sporters steken soms zoveel tijd in sport (het sporten zelf, het vervoer…) dat er amper sprake is van een gezinsleven. Kinderen ontberen zo ook de nodige rust en hun drukke activiteiten belemmeren hen om een normaal sociaal leven op te bouwen.
  • Misbruik en geweld (artikel 19): Sport kent ook specifieke risico’s op fysiek, emotioneel en seksueel misbruik. Overtraining of hardhandige instructie kunnen een vorm van fysiek geweld aannemen. Kinderen worden soms gepest of onder grote druk gezet. En de lichamelijkheid, de verplaatsingen naar wedstrijden, kleedkamers enzovoort kunnen ook aanleiding geven tot seksueel misbruik.
  • Doping (artikel 17, 19, 24, 33, 36): Ook op het vlak van dopinggebruik staat jeugdsport niet los van de samenleving. Kinderen moeten uiteraard altijd beschermd worden tegen elke vorm van doping.
  • Het belang van het kind (artikel 3): Centraal binnen het Kinderrechtenverdrag staat het belang van het kind. Zeker bij elitesport kan men zich afvragen of het belang van het kind wel steeds centraal staat. Denk maar aan specialisatie, overtraining, grote verwachtingen, intensieve tijdsbesteding…

Op de hoogte blijven van onze activiteiten?